Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 163,77 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 163,77 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Terugvinden herkomst Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Algemene aanbevelingen Pergoveris bevat krachtige gonadotrope stoffen die milde tot ernstige bijwerkingen kunnen veroorzaken en mag enkel gebruikt worden door artsen die zeer goed vertrouwd zijn met problemen van onvruchtbaarheid en de behandeling daarvan. Voordat met de behandeling wordt gestart, moet de infertiliteit van het paar eenduidig vastgesteld zijn en moeten vermeende contra‑indicaties voor de zwangerschap zijn onderzocht. In het bijzonder dienen patiënten onderzocht te worden op hypothyroïdie, bijnierschorsinsufficiëntie, hyperprolactinemie en moet er een geschikte specifieke behandeling worden gegeven. Behandeling met gonadotropine vereist een zekere beschikbaarheid van artsen en andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, evenals de gepaste faciliteiten voor opvolging van de patiënten. Veilig en doeltreffend gebruik van Pergoveris bij vrouwen vereist het volgen van de ovariële respons door middel van echografie, liefst in combinatie met regelmatige bepalingen van oestradiol. Er bestaat een zekere mate van interpatiënt variabiliteit voor wat betreft de respons op FSH/LH toediening, met weinig respons op FSH/LH bij sommige patiënten. Bij vrouwen dient de laagste effectieve dosis, in verhouding tot het behandelingsdoel, te worden gebruikt. Porfyrie Patiënten met porfyrie of met een familiale geschiedenis met porfyrie dienen nauwkeurig gecontroleerd te worden tijdens de behandeling met Pergoveris. Bij deze patiënten kan Pergoveris het risico op een acute aanval vergroten. Achteruitgang of een eerste verschijnsel van deze aandoening kan beëindiging van de behandeling vereisen. Ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS) Een bepaalde mate van ovariumvergroting is een te verwachten effect van gecontroleerde ovariële stimulatie. Het wordt vaker gezien bij vrouwen met polycysteus‑ovariumsyndroom en wordt doorgaans minder zonder behandeling. Anders dan bij ongecompliceerde ovariële vergroting, is OHSS een aandoening die zich kan manifesteren in toenemende mate van ernst. Het omvat uitgesproken ovariële vergroting, hoge seks steroïden spiegels, en een verhoogde vasculaire permeabiliteit die kan leiden tot een ophoping van vocht in peritoneale, pleurale, en zelden, in pericardiale holten. De volgende symptomatologie kan vóórkomen in ernstige gevallen van OHSS: buikpijn, opzetting van de buik, ernstige ovariële vergroting, gewichtstoename, dyspneu, oligurie en gastro‑intestinale symptomen zoals misselijkheid, braken en diarree. Klinisch onderzoek kan hypovolemie aantonen, hemoconcentratie, elektrolytstoornissen, ascites, hemoperitoneum, pleurale vochtuitstortingen, hydrothorax of acuut longlijden en trombo‑embolische voorvallen. Zeer zelden kan ernstige OHSS gecompliceerd worden door gedraaide eileiders of trombo‑embolische voorvallen zoals longembolie, ischemisch CVA, of myocardinfarct. Onafhankelijke risicofactoren voor het ontwikkelen van OHSS zijn jonge leeftijd, 'lean body mass', polycysteus‑ovariumsyndroom (PCOS), hogere doses exogene gonadotropinen, hoge absolute of snel stijgende serumspiegels van oestradiol (> 900 pg/ml of > 3 300 pmol/l bij anovulatie), eerdere episodes van OHSS en een groot aantal ontwikkelende ovariële follikels (3 follikels met een diameter van ≥ 14 mm bij anovulatie). Het risico van ovariële hyperstimulatie kan worden geminimaliseerd door de aanbevolen dosering van Pergoveris en FSH en het toedieningsschema aan te houden. Monitoring van de stimulatiecycli aan de hand van echografie en oestradiolmetingen wordt aanbevolen om risicofactoren vroegtijdig te identificeren. Er zijn aanwijzingen dat hCG een belangrijke rol speelt bij het uitlokken van OHSS en dat het syndroom ernstiger kan zijn en langer aanhoudt als er zwangerschap optreedt. Om die reden wordt geadviseerd, zodra er tekenen van OHSS optreden, zoals serumspiegels van oestradiol > 5 500 pg/ml of > 20 200 pmol/l en/of ≥ 40 follikels in totaal, geen hCG toe te dienen en de patiënt te adviseren ten minste 4 dagen geen gemeenschap te hebben of barrière‑contraceptiemethoden toe te passen. OHSS kan snel (binnen 24 uur) of binnen enkele dagen verergeren tot een ernstig medisch voorval. Meestal treedt het op na het stoppen van de hormonale behandeling en bereikt het zijn hoogtepunt ongeveer zeven tot tien dagen na de behandeling. Gewoonlijk verdwijnt OHSS spontaan bij het begin van de menstruatie. Daarom moeten patiënten gedurende minimaal twee weken na toediening van hCG worden gecontroleerd. In geval van ernstige OHSS dient de gonadotropine‑behandeling onderbroken te worden, als deze nog niet is voltooid. De patiënt dient in het ziekenhuis te worden opgenomen en specifieke behandeling dient gestart te worden. Dit syndroom komt vaker voor bij patiënten met Polycysteus Ovarium Syndroom. Indien een verhoogd risico van OHSS wordt vermoed, dient stopzetting van de behandeling te worden overwogen. Ovariumtorsie Na behandeling met andere gonadotropinen is ovariumtorsie gemeld. Dit kan samenhangen met andere risicofactoren als OHSS, zwangerschap, eerdere buikoperatie, voorgeschiedenis van ovariumtorsie, eerdere of huidige ovariumcyste en polycysteus ovariumsyndroom. Beschadiging van het ovarium als gevolg van verminderde bloedtoevoer kan beperkt worden door vroegtijdige diagnosestelling en onmiddellijke detorsie. Meerlingzwangerschap Bij patiënten bij wie ovulatie‑inductie wordt toegepast treden meerlingzwangerschappen en meerlinggeboortes vaker op dan bij vrouwen bij wie de zwangerschap op natuurlijke wijze tot stand is gebracht. De meeste meerlingen zijn tweelingen. Bij meerlingzwangerschap, in het bijzonder die van omvangrijke orde, bestaat een vergrote kans op ongewenste maternale en perinatale uitkomsten. Om de kans op meerlingzwangerschap zo klein mogelijk te houden wordt aanbevolen de ovariële respons zorgvuldig te volgen. Patiënten dienen vóór de behandeling te worden ingelicht omtrent het risico op meerlinggeboortes. Indien een verhoogd risico op meerlingenzwangerschap wordt vermoed, moet stopzetting van de behandeling worden overwogen. Zwangerschapsafbreking Het percentage zwangerschapsafbreking door miskraam of spontane abortus is hoger bij patiënten die stimulering van folliculaire ontwikkeling ondergaan voor ovulatie‑inductie dan in de algemene bevolking. Extra‑uteriene zwangerschap Vrouwen met een voorgeschiedenis van aandoeningen ter hoogte van de eileiders, hebben een verhoogd risico op extra‑uteriene zwangerschap, ongeacht of de zwangerschap natuurlijk tot stand kwam of na vruchtbaarheidsbehandeling. Het optreden van extra‑uteriene zwangerschap na kunstmatige voortplantingstechnieken (ART, assisted reproductive technologies) bleek vaker voor te komen dan bij de algemene bevolking. Tumoren van het voortplantingssysteem Er zijn gevallen gerapporteerd van zowel goedaardige als kwaadaardige tumoren van de ovaria of andere delen van het reproductieve systeem, bij vrouwen die veelvuldig therapie kregen voor behandeling van onvruchtbaarheid. Het is nog niet duidelijk of behandeling met gonadotropinen het risico voor dit soort tumoren verhoogt bij deze onvruchtbare vrouwen. Congenitale afwijkingen Het voorkomen van congenitale afwijkingen na ART kan iets hoger zijn dan na gewone conceptie. Men veronderstelt dat dit komt door verschillen in de eigenschappen van de ouders (bijvoorbeeld de leeftijd van de moeder, eigenschappen van het sperma) en meerlingzwangerschappen. Trombo‑embolische voorvallen Bij vrouwen met recente of nog aanwezige trombo‑embolische aandoeningen of bij vrouwen met algemeen erkende risicofactoren voor het ontstaan van trombo‑embolische voorvallen, zoals een eigen of familiegeschiedenis, trombofilie of ernstige obesitas ('body mass index' > 30 kg/m2) kan bij behandeling met gonadotropinen het risico op het verergeren of het optreden van dergelijke voorvallen verder toenemen. Bij deze vrouwen dient een afweging te worden gemaakt van de voordelen van gonadotropinebehandeling en de nadelen daarvan. Het dient echter te worden opgemerkt dat zwangerschap zelf, evenals OHSS, een toename van de kans op trombo‑embolische voorvallen met zich meebrengt. Natrium Pergoveris bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Pergoveris is geïndiceerd voor de stimulatie van de follikelontwikkeling bij volwassen vrouwen met een ernstig tekort aan LH en FSH.
Pergoveris oplossing voor injectie in een voorgevulde pen mag in dezelfde injectie niet in een mengsel met andere geneesmiddelen worden toegediend. Pergoveris oplossing voor injectie in een voorgevulde pen mag als afzonderlijke injectie gelijktijdig met een goedgekeurd preparaat van follitropine alfa worden toegediend.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest gemelde bijwerkingen zijn hoofdpijn, ovariumcysten en reacties op de injectieplaats (bijv. pijn, erytheem, hematoom, zwelling en/of irritatie op de injectieplaats). Licht of matig OHSS is vaak gemeld en dient te worden beschouwd als een intrinsiek risico van de stimulatieprocedure. Ernstig OHSS komt soms voor (zie rubriek 4.4).
Trombo-embolie kan zeer zelden optreden en wordt doorgaans in verband gebracht met ernstig OHSS (zie rubriek 4.4).
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Bijwerkingen zijn hieronder opgesomd naar MedDRA systeem/orgaanklasse en naar frequentie. De gebruikte frequentiecategorieën zijn: zeer vaak ( 1/10), vaak ( 1/100, < 1/10), soms ( 1/1 000, < 1/100), zelden ( 1/10 000, < 1/1 000), zeer zelden (< 1/10 000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Immuunsysteemaandoeningen Zeer zelden: Milde tot ernstige overgevoeligheidsreacties, inclusief anafylactische reacties en shock
Zenuwstelselaandoeningen Zeer vaak: Hoofdpijn
Bloedvataandoeningen Zeer zelden: Trombo-embolie, meestal in het kader van ernstige OHSS
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Zeer zelden: Exacerbatie of verergering van astma
Maagdarmstelselaandoeningen Vaak: Buikpijn, opgezette buik, buikklachten, misselijkheid, braken, diarree
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen Zeer vaak: Ovariumcysten Vaak: Pijnlijke borsten, bekkenpijn, mild tot matig OHSS (met inbegrip van bijbehorende symptomatologie) Soms: Ernstig OHSS (met inbegrip van bijbehorende symptomatologie) (zie rubriek 4.4) Zelden: Complicatie van ernstig OHSS
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Zeer vaak: Milde tot ernstige reacties op de injectieplaats (bijv. pijn, erytheem, hematoom, zwelling en/of irritatie op de injectieplaats)
Pergoveris is gecontra-indiceerd bij patiënten met:
• overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen; • tumoren in de hypothalamus of hypofyse; • vergroting van de ovaria of cysten in de ovaria die niet door polycysteus ovariumsyndroom worden veroorzaakt en met onbekende oorzaak; • gynaecologische bloedingen met onbekende oorzaak; • ovarium-, uterus- of mammacarcinoom.
Pergoveris dient niet te worden toegediend in gevallen waarin geen effect kan worden verwacht, zoals:
• primaire ovariuminsufficiëntie; • misvormingen van de geslachtsorganen die zwangerschap onmogelijk maken; • baarmoedermyomen die zwangerschap in de weg staan.
Zwangerschap Er is geen indicatie voor het gebruik van Pergoveris tijdens de zwangerschap. Gegevens over een beperkt aantal zwangerschappen waarbij het middel werd gebruikt, laten geen bijwerkingen van follitropine alfa en lutropine alfa zien op de zwangerschap, de embryonale of foetale ontwikkeling, de bevalling of de postnatale ontwikkeling na gecontroleerde stimulering van de ovaria. Uit dieronderzoek zijn geen teratogene effecten van dergelijke gonadotropinen gebleken. In het geval van blootstelling tijdens zwangerschap zijn de klinische gegevens onvoldoende om een teratogeen effect van Pergoveris uit te sluiten. Pergoveris is niet geïndiceerd tijdens borstvoeding. Vruchtbaarheid Pergoveris is geïndiceerd voor gebruik bij onvruchtbaarheid (zie rubriek 4.1).
Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker. Het gebruik van dit geneesmiddel Pergoveris is bedoeld om door middel van een injectie direct onder de huid te worden gegeven (subcutaan). Om huidirritatie te voorkomen, kiest u elke dag een andere injectieplaats. Uw arts of verpleegkundige zal u laten zien hoe u de Pergoveris voorgevulde pen moet gebruiken om het geneesmiddel te injecteren. Als zij ervan overtuigd zijn dat u Pergoveris veilig kunt toedienen, kunt u zelf thuis het geneesmiddel bereiden en injecteren. Als u Pergoveris bij uzelf toedient, moet u de 'Gebruiksaanwijzing' goed doorlezen en volgen. Hoeveel moet u gebruiken? Een behandelingschema begint met de aanbevolen dosering Pergoveris die per dag 150 Internationale Eenheden (I.E.) follitropine alfa en 75 I.E. lutropine alfa bevat. Afhankelijk van uw reactie hierop, kan uw arts elke dag een dosis van een goedgekeurd preparaat van follitropine alfa toevoegen aan uw Pergoveris injectie. In dat geval wordt de follitropine alfa dosis meestal verhoogd met 37,5‑75 I.E. na elke periode van 7‑14 dagen. De behandeling wordt voortgezet tot de gewenste reactie is opgetreden. Dit is wanneer u een ontwikkelde, geschikte follikel heeft zoals beoordeeld wordt door middel van echo's en bloedtesten. Dit kan tot 5 weken duren. Wanneer de gewenste reactie is opgetreden, wordt 24‑48 uur na de laatste injectie met Pergoveris, één injectie met hCG gegeven. Het beste moment om gemeenschap te hebben is op de dag van de hCG‑injectie en op de dag na de hCG‑injectie. In plaats van geslachtsgemeenschap kan intra‑uteriene inseminatie of een andere medische kunstmatige voortplantingsprocedure worden toegepast op basis van het oordeel van uw arts. Als uw lichaam te heftig reageert, zal de behandeling worden gestopt en geen hCG worden gegeven (zie rubriek 2 'Ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS)'). Uw arts zal dan in de volgende cyclus een lagere dosis follitropine alfa geven. Heeft u te veel van dit middel gebruikt? De effecten van een overdosering met Pergoveris zijn niet bekend; er is echter de mogelijkheid dat OHSS ontstaat. Dit zal echter alleen voorkomen als hCG is toegediend (zie rubriek 2 'Ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS)'). Bent u vergeten dit middel te gebruiken? Gebruik geen dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen. Raadpleeg uw arts. Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
| CNK | 3586328 |
|---|---|
| Organisaties | Merck Biopharma |
| Actieve ingrediënten | follitropine alfa, lutropine alfa |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |