Bx Plasmalyte A Viaflo 10 Zakjes 1000ml Sol Per Iv
Op voorschrift
Geneesmiddel

Bx Plasmalyte A Viaflo 10 Zakjes 1000ml Sol Per Iv

  € 50,20
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 50,20
Op bestelling
  1. Wanneer mag u dit medicijn niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn? U mag Plasmalyte A NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen  een te hoog kaliumgehalte in het bloed (hyperkaliëmie);  nierfalen;  hartblok (zeer langzame hartslag);  aandoeningen waarbij het bloed te alkalisch wordt (metabole of respiratoire alkalose);  tekort aan zuurafscheiding in de maag (hypochloorhydrie);  U bent allergisch voor een van de stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6. Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn? Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit medicijn gebruikt. Licht uw arts of verpleegkundige in voordat u dit medicijn toegediend krijgt als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft:  hartfalen;  ademhalingsinsufficiëntie (longaandoening);  nierfalen; (bij bovenstaande aandoeningen kan bijzondere bewaking vereist zijn.)  hoge bloeddruk (hypertensie);  onderhuidse vochtophoping, met name rond de enkels (perifeer oedeem);  vochtophoping in de longen (longoedeem);  hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap (pre-eclampsie of eclampsie);  aldosteronisme (aandoening die leidt tot een verhoogd gehalte aan aldosteron, een hormoon);  elke andere aandoening die gepaard gaat met natriumretentie (het lichaam houdt te veel natrium vast), zoals een behandeling met steroïden (zie ook "Gebruikt u nog andere medicijnen?");  als u een aandoening heeft die de oorzaak is van een verhoogd gehalte van vasopressine, een hormoon dat het vocht in uw lichaam regelt. U zou te veel vasopressine in uw lichaam kunnen hebben omdat u, bijvoorbeeld:

- een plotse en ernstige ziekte heeft gehad - pijn heeft - een operatie heeft ondergaan - infecties, brandwonden, een hersenziekte heeft - ziekten heeft die te maken hebben met uw hart, lever, nieren of centrale zenuwstelsel - bepaalde medicijnen inneemt (zie ook hieronder "Gebruikt u nog andere medicijnen?"). Hierdoor kan het risico op lage natriumgehaltes in uw bloed stijgen en dit kan leiden tot hoofdpijn, misselijkheid, toevallen, lethargie, coma, zwelling van de hersenen en overlijden. Zwelling van de hersenen verhoogt het risico op overlijden en op hersenschade. Mensen die een risico lopen op zwelling van de hersenen zijn: - kinderen - vrouwen (in het bijzonder wanneer u in de vruchtbare leeftijd bent) - mensen die problemen hebben met het vochtniveau in hun hersenen, bijvoorbeeld, door meningitis, bloeding in de schedel of een hersenletsel.  een te hoog chloridegehalte in het bloed (hyperchloremie);  een te hoog natriumgehalte in het bloed (hypernatriëmie);  een te laag calciumgehalte in het bloed (hypocalciëmie);  elke aandoening waardoor u meer aanleg krijgt voor een te hoog kaliumgehalte in het bloed (hyperkaliëmie), zoals:  nierfalen;  bijnierinsufficiëntie (deze aandoening van de bijnieren beïnvloedt de hormonen die de concentraties van bepaalde stoffen in het lichaam helpen onder controle te houden);  acute dehydratie (waterverlies uit het lichaam), bijvoorbeeld als gevolg van braken of diarree;  uitgebreide weefselbeschadiging (zoals kan optreden bij ernstige brandwonden). In zulke gevallen is nauwgezette bewaking van het kaliumgehalte in het bloed vereist.  myasthenia gravis (aandoening die progressieve spierzwakte veroorzaakt);  herstel na een chirurgische ingreep. Als u deze oplossing voor infusie toegediend krijgt, neemt uw arts bloed- en urinemonsters om het volgende te controleren:  de hoeveelheid vocht in uw lichaam;  uw plasma- en urine-elektrolyten (concentraties van stoffen zoals natrium en kalium in uw bloed en urine);  uw zuur-base-evenwicht (zuurgraad van uw bloed en urine). Hoewel Plasmalyte A kalium bevat, bevat de oplossing niet voldoende om ernstige kaliumdeficiëntie (een zeer laag kaliumgehalte in het bloedplasma) te behandelen. Plasmalyte A bevat bestanddelen die metabole alkalose (aandoening waarbij het bloed te basisch wordt) kunnen veroorzaken. Als een herhaalde behandeling vereist is, dient uw arts u ook andere vormen van infusie toe om tegemoet te komen aan de behoeften van uw lichaam aan andere stoffen en voedingsstoffen (voedsel). Als uw bloed getest is op de aanwezigheid van Aspergillus (een schimmel), kan de test de aanwezigheid ervan detecteren, zelfs als deze schimmel niet aanwezig is.

Plasmalyte A wordt gebruikt:

 als een bron van vloeistof zoals bij:

 brandwonden;

 verwondingen aan het hoofd;

 breuken;

 infecties;

 peritoneale irritatie (ontstekingen in de buik).

 als een bron van vloeistoffen tijdens een chirurgische ingreep.

 voor de behandeling van shock als gevolg van bloedverlies en voor andere aandoeningen waarbij een snelle vervanging van bloed en/of vloeistoffen vereist is.

 bij metabole acidose (verzuring van het bloed) die niet levensgevaarlijk is.

 bij lactaatacidose (vorm van metabole acidose als gevolg van ophoping van melkzuur in het lichaam). Melkzuur wordt hoofdzakelijk geproduceerd door de spieren en verwijderd door de lever.

 De werkzame stoffen in dit medicijn zijn:

 natriumchloride: 5,26 g per liter.

 kaliumchloride: 0,37 g per liter.

 magnesiumchloridehexahydraat: 0,30 g per liter.

 natriumacetaattrihydraat: 3,68 g per liter.

 natriumgluconaat: 5,02 g per liter.

 De andere stoffen in dit medicijn zijn water voor injecties en natriumhydroxide.

Geneesmiddelen waarvan de onverenigbaarheid vastgesteld is, mogen niet worden gebruikt.

• sommige medicijnen tegen kanker (vincristine, ifosfamide, cyclofosfamide); • selectieve serotonineheropnameremmers (gebruikt om depressie te behandelen); • antipsychotica; • opiaten voor krachtige pijnstilling; • medicijnen tegen pijn en/of ontsteking (ook bekend als NSAID's); • medicijnen die de werking van vasopressine nabootsen of versterken zoals desmopressine (gebruikt om toegenomen dorst en urine-uitscheiding te behandelen), terlipressine (gebruikt om bloeding van de slokdarm te behandelen) en oxytocine (gebruikt om de bevalling in te leiden); • anti-epileptica (carbamazepine en oxcarbazepine); • diuretica (medicijnen om beter te kunnen plassen).

Andere medicijnen die een invloed kunnen hebben op of kunnen worden beïnvloed door Plasmalyte A:

 corticosteroïden (ontstekingsremmers);  carbenoxolon (ontstekingsremmer voor de behandeling van maagzweren);  neuromusculaire blokkers (zoals tubocurarine, suxamethonium en vecuronium). Deze medicijnen worden gebruikt tijdens chirurgische ingrepen en gecontroleerd door uw anesthesist.  acetylcholine;  aminoglycosiden (soort antibioticum);  nifedipine (medicijn voor de behandeling van een hoge bloeddruk en pijn op de borst);  zuurhoudende medicijnen waaronder:

 salicylaten (medicijnen voor de behandeling van ontstekingen) (aspirine);

 barbituraten (slaaptabletten);

 lithium (medicijn voor de behandeling van psychische stoornissen).

 alkalische (basische) medicijnen waaronder:

 sympathicomimetica (stimulerende medicijnen zoals efedrine en pseudo-efedrine die gebruikt worden in hoest- en verkoudheidspreparaten);

 andere stimulerende medicijnen (zoals dexamfetamine en fenfluramine).

Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. Als er bij u een van de volgende verschijnselen optreedt, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of verpleegkundige. Deze verschijnselen kunnen tekenen zijn van een zeer ernstige of zelfs dodelijke overgevoeligheidsreactie (allergische reactie):  opzwellen van de gezichtshuid, lippen en keel;  ademhalingsmoeilijkheden;  huiduitslag;  erytheem (roodheid van de huid). U wordt behandeld afhankelijk van de verschijnselen. De andere bijwerkingen zijn:  reacties als gevolg van de wijze van toediening:  koorts (koortsreactie);  infectie op de plaats van infusie;  branderig gevoel;  lokale pijn of reactie (roodheid of zwelling op de plaats van infusie);  irritatie en ontsteking van de ader waarin de oplossing toegediend wordt (flebitis) die kan leiden tot roodheid, pijn of een brandend gevoel en zwelling langs de ader waarin de oplossing toegediend wordt;  veneuze trombose (vorming van een bloedstolsel) op de plaats van infusie, wat pijn, zwelling of roodheid veroorzaakt in de omgeving van het stolsel;  verspreiding van de oplossing voor infusie in de weefsels rond de ader (extravasatie), wat kan leiden tot weefselbeschadiging en littekenvorming;  te veel vocht in het lichaam (hypervolemie);  toevallen;  urticaria (netelroos);  ernstige allergische reactie met moeilijke ademhaling of duizeligheid als gevolg (anafylactoïde reactie);  een snelle hartslag (tachycardie);  hartkloppingen;  borstkaspijn;  borstongemak;  kortademigheid (dyspneu);  verhoogde ademhalingsfrequentie;  overmatig blozen;  hyperemie;  gevoel van zwakte (asthenie);  zich abnormaal voelen;  kippenvel;  oedeem perifeer;  koorts (pyrexie);  een te laag natriumgehalte in het bloed dat kan verworven zijn tijdens ziekenhuisopname (nosocomiale hyponatriëmie) en een verwante neurologische aandoening (acute hyponatriëmische encefalopathie). Hyponatriëmie kan leiden tot onomkeerbaar hersenletsel en overlijden ten gevolge van cerebrale oedeem/zwelling van de hersenen (zie ook de rubriek 2 "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?") Als een medicijn toegevoegd is aan deze oplossing voor infusie, kan ook dat toegevoegde medicijn leiden tot bijwerkingen. Deze bijwerkingen zijn afhankelijk van het toegevoegde medicijn. Lees de bijsluiter van het toegevoegde medicijn voor een overzicht van mogelijke verschijnselen. Andere bijwerkingen die zijn waargenomen met soortgelijke producten  andere uitingen van overgevoeligheidsreacties/reacties op het infuus: hypotensie (lage bloeddruk), piepen, koud zweet, koude rillingen;  hyperkaliëmie Het melden van bijwerkingen Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan . U kunt bijwerkingen ook melden via: Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten Afdeling Vigilantie Postbus 97 B-1000 BRUSSEL MadouWebsite: www.eenbijwerkingmelden.be e-mail: adr@fagg.be Door bijwerkingen te melden, helpt u ons helpen om informatie te krijgen over de veiligheid van dit medicijn.

U mag Plasmalyte A NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen

 een te hoog kaliumgehalte in het bloed (hyperkaliëmie);

 nierfalen;

 hartblok (zeer langzame hartslag);

 aandoeningen waarbij het bloed te alkalisch wordt (metabole of respiratoire alkalose);

 tekort aan zuurafscheiding in de maag (hypochloorhydrie);

 U bent allergisch voor een van de stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit medicijn gebruikt. Plasmalyte A kan worden gebruikt als u zwanger bent of borstvoeding geeft. Uw arts controleert en volgt de concentraties van bepaalde stoffen in uw bloed en het volume lichaamsvocht. Wanneer tijdens een zwangerschap of het geven van borstvoeding een ander medicijn moet worden toegevoegd aan deze oplossing voor infusie, moet u contact opnemen met uw arts en de bijsluiter van het toe te voegen medicijn lezen.

  1. Hoe wordt dit medicijn gebruikt?

Plasmalyte A wordt door een arts of verpleegkundige toegediend. Uw arts beslist hoeveel u nodig heeft en wanneer het aan u toegediend wordt, wat afhankelijk is van uw leeftijd, gewicht, toestand en de reden voor behandeling. De dosering kan ook afhankelijk zijn van andere gelijktijdige behandelingen.

Plasmalyte A mag NIET worden toegediend als de oplossing deeltjes bevat of wanneer de zak op een manier beschadigd is.

Plasmalyte A wordt doorgaans in een ader toegediend via een plastic slangetje dat bevestigd is aan een naald. Meestal wordt een ader in uw arm gebruikt om de oplossing voor infusie toe dienen. Het is echter mogelijk dat uw arts beslist u het medicijn te geven via een andere toedieningsweg.

Vóór en tijdens de infusie zal uw arts de volgende zaken opvolgen:

 volume lichaamsvocht  de zuurgraad van uw bloed en urine  de hoeveelheid elektrolyten in uw lichaam (voornamelijk natrium, bij patiënten met hoge waarden van het hormoon vasopressine of bij patiënten die andere medicijnen nemen die de werking van vasopressine verhogen).

CNK 2675478
Organisaties Baxter
Merken Baxter
Breedte 170 mm
Lengte 269 mm
Diepte 300 mm
Hoeveelheid verpakking 10
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)