Azathioprine Sandoz 50mg Comp 100 X 50mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Azathioprine Sandoz 50mg Comp 100 X 50mg

  € 23,98

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 23,98
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Immunisatie met een levend vaccin kan een infectie veroorzaken bij immunogecompromitteerde gastheren. Daarom worden immunisaties met vaccins met levende organismen niet aangeraden tot ten minste 3 maanden na het einde van de behandeling met azathioprine (zie rubriek 4.5). Gelijktijdige toediening van ribavirine en azathioprine wordt niet aangeraden. Ribavirine kan de werkzaamheid van azathioprine verminderen en de toxiciteit ervan verhogen (zie rubriek 4.5). Monitoring Het gebruik van azathioprine kan gevaren inhouden. Het mag alleen worden voorgeschreven als de patiënt gedurende de hele behandeling goed kan worden gevolgd op toxische effecten. De hematologische respons moet bijzonder zorgvuldig worden gevolgd en de onderhoudsdosering moet worden verlaagd tot de laagste dosering die nodig is voor een klinische respons. Het wordt aangeraden om de eerste acht weken van de behandeling het aantal bloedcellen met inbegrip van bloedplaatjes te tellen eenmaal per week of vaker als een hoge dosering wordt gebruikt of in geval van een ernstige nier- en/of leverziekte. De frequentie van telling van het aantal bloedcellen kan later in de behandeling worden verlaagd, maar toch wordt aangeraden om het aantal bloedcellen maandelijks opnieuw te controleren of toch minstens om de 3 maanden. Bij de eerste tekenen van een abnormale daling van het aantal bloedcellen moet de behandeling onmiddellijk worden stopgezet omdat de leukocyten en de plaatjes nog kunnen blijven dalen na stopzetting van de behandeling. Patiënten die azathioprine krijgen, moeten tekenen van infectie, een onverwachte blauwe plek, bloeding of andere uitingen van beenmergdepressie onmiddellijk melden. De beenmergdepressie is reversibel als azathioprine snel genoeg wordt stopgezet. Azathioprine is hepatotoxisch en de leverfunctietests moeten tijdens de behandeling routinegewijs worden gecontroleerd. Een frequentere monitoring kan raadzaam zijn bij patiënten met een voorafbestaande leverziekte of patiënten die andere potentieel hepatotoxische geneesmiddelen krijgen. Er zijn gevallen van niet-cirrotische portale hypertensie/porto-sinusoïdale vasculaire ziekte gemeld. Vroege klinische tekenen zijn onder meer leverenzymafwijkingen, lichte geelzucht, trombocytopenie en splenomegalie (zie rubriek 4.8). De patiënt dient te worden geïnformeerd over de symptomen van leverschade en te worden geadviseerd onmiddellijk contact op te nemen met zijn of haar arts indien deze symptomen optreden. Cholestase bij zwangerschap is af en toe gemeld in samenhang met azathioprine-therapie (zie rubriek 4.6). Indien cholestase bij zwangerschap plaatsvindt, is beoordeling per individuele casus noodzakelijk, gezien het risico-batenprofiel van het middel (potentiële stopzetting/dosisverlaging).

Patiënten met TPMT deficiëntie Er zijn mensen met een erfelijk tekort van het enzym thiopurinemethyltransferase (TPMT), die ongewoon gevoelig kunnen zijn voor het beenmergonderdrukkende effect van azathioprine en die snel een beenmergdepressie kunnen ontwikkelen na het starten van een behandeling met Azathioprine Sandoz. Dat probleem kan nog toenemen bij gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die het TPMT remmen, zoals olsalazine, mesalazine en sulfasalazine. Ook werd een mogelijk verband tussen verminderde TPMT-activiteit en secundaire leukemie en myelodysplasie gerapporteerd bij individuen die 6-mercaptopurine (de actieve metaboliet van azathioprine) kregen in combinatie met andere cytostatica (zie rubriek 4.8). Sommige laboratoria bieden aan om te testen op TPMT-deficiëntie, maar met die tests kunnen niet alle patiënten worden opgespoord die risico lopen op ernstige toxiciteit. Daarom moet het aantal bloedcellen nog altijd nauwgezet worden gevolgd. De dosering van azathioprine moet misschien worden verlaagd als dit geneesmiddel wordt gecombineerd met andere geneesmiddelen waarvan de primaire of secundaire toxiciteit bestaat uit onderdrukking van het beenmerg (zie rubriek 4.5, Cytostatica/geneesmiddelen die het beenmerg onderdrukken). Overgevoeligheid Patiënten waarvan vermoed wordt dat ze eerder een overgevoeligheidsreactie op 6-mercaptopurine hebben gehad, mogen niet worden geadviseerd om de prodrug azathioprine te gebruiken, en omgekeerd, tenzij de patiënt is bevestigd als overgevoelig voor de ene stof met allergologische tests en negatief is getest op de andere. Nier- en/of leverinsufficiëntie Voorzichtigheid is geboden bij toediening van azathioprine aan patiënten met nierinsufficiëntie en/of leverinsufficiëntie. Een verlaging van de aanvangsdosis dient bij deze patiënten te worden overwogen en de hematologische respons dient nauwgezet te worden gemonitord (zie rubriek 4.2 en rubriek 5.2). Lesch-nyhansyndroom Er zijn beperkte aanwijzingen dat Azathioprine Sandoz niet goed is voor patiënten met hypoxanthineguaninefosforibosyltransferasedeficiëntie (lesch-nyhansyndroom). Gezien het abnormale metabolisme bij die patiënten is het niet verstandig een behandeling met Azathioprine Sandoz bij die patiënten aan te bevelen. Mutageniciteit Er zijn chromosomale afwijkingen aangetoond zowel bij mannelijke als bij vrouwelijke patiënten die werden behandeld met Azathioprine Sandoz. Het is moeilijk de rol van Azathioprine Sandoz bij de ontwikkeling van die afwijkingen te evalueren. Chromosomale afwijkingen, die mettertijd verdwijnen, zijn aangetoond in de lymfocyten van het nageslacht van patiënten die werden behandeld met azathioprine. Behalve in uiterst zeldzame gevallen werden er geen duidelijke fysieke afwijkingen waargenomen bij de nakomelingen van patiënten die werden behandeld met azathioprine (zie rubriek 4.6). Azathioprine en langegolfultraviolet licht hebben een synergetisch clastogeen effect bij patiënten die voor allerhande aandoeningen worden behandeld met azathioprine. Carcinogeniteit Patiënten die immunosuppressieve therapie krijgen, waaronder azathioprine, lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van lymfoproliferatieve aandoeningen en andere maligniteiten, met name huidkankers (melanoom en non-melanoom), sarcomen (Kaposi- en non-Kaposi-sarcomen) en 'in situ'- baarmoederhalskanker. Het verhoogde risico lijkt verband te houden met de mate en duur van de immunosuppressie. Er is gemeld dat het staken van de immunosuppressie partiële regressie van de lymfoproliferatieve aandoening kan opleveren.

Een behandelregime met meerdere immunosuppressiva (waaronder thiopurinen) dient daarom met voorzichtigheid te worden toegepast, omdat dit zou kunnen leiden tot lymfoproliferatieve aandoeningen, sommige met gerapporteerde fatale afloop. Een combinatie van meerdere gelijktijdig gegeven immunosuppressiva verhoogt het risico op Epstein-Barr-virus (EBV)-geassocieerde lymfoproliferatieve aandoeningen. Patiënten die multipele immunosuppressiva krijgen, lopen een risico op te sterke immunosuppressie. Daarom moeten bij een dergelijke behandeling de laagste efficiënte doseringen worden gegeven. Zoals gebruikelijk is bij patiënten met een hoger risico op huidkanker, moet blootstelling aan zonlicht en UV- licht worden beperkt en moeten de patiënten beschermende kledij dragen en een zonnecrème met een hoge beschermingsfactor gebruiken. Er zijn meldingen ontvangen van hepatosplenisch T-cellymfoom wanneer azathioprine alleen of in combinatie met anti-TNF-middelen of andere immunosuppressiva wordt gebruikt. Hoewel de meeste gemelde gevallen bij de IBD-populatie voorkwamen, zijn er ook gevallen gemeld buiten deze populatie (zie rubriek 4.8). Macrofaagactivatiesyndroom Macrofaagactivatiesyndroom (MAS) is een bekende, levensbedreigende aandoening die zich kan ontwikkelen bij patiënten met auto-immuunaandoeningen, in het bijzonder met inflammatoire darmziekte (IBD), en er zou mogelijk een verhoogde gevoeligheid kunnen zijn voor het ontwikkelen van de aandoening bij het gebruik van azathioprine. Als MAS optreedt, of wordt vermoed, dient evaluatie en behandeling zo vroeg mogelijk te worden gestart, en de behandeling met azathioprine dient te worden stopgezet. Artsen dienen te letten op symptomen van infectie zoals EBV en cytomegalovirus (CMV), omdat dit bekende initiatoren voor MAS zijn. Voedings- en stofwisselingsstoornissen Toediening van purine-analogen, azathioprine en mercaptopurine, verstoort mogelijk de route van niacine, wat kan leiden tot nicotinezuurdeficiëntie (pellagra). Enkele gevallen zijn gemeld in samenhang met het gebruik van azathioprine, vooral bij patiënten met inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn, colitis ulcerosa). Diagnose van pellagra dient te worden overwogen bij een patiënt die zich presenteert met lokale gepigmenteerde rash (dermatitis), gastro-enteritis (diarree) of neurologische defecten, waaronder cognitieve achteruitgang (dementie). Passende medische zorg met niacine/nicotinamidesuppletie dient te worden gestart en verlaging van de dosis of stopzetting van de behandeling met azathioprine dient te worden overwogen. Herpes-varicella-zostervirusinfectie (zie rubriek 4.8) Een infectie met het herpes-varicella-zostervirus (VZV; waterpokken en herpes zoster) kan ernstig worden tijdens toediening van immunosuppressiva. Voorzichtigheid is geboden vooral bij het volgende: Voor de toediening van immunosuppressiva te starten, moet de voorschrijvende arts controleren of de patiënt een voorgeschiedenis van VZV heeft. Serologisch onderzoek kan nuttig zijn om een vroegere blootstelling op te sporen. Patiënten die geen geschiedenis van blootstelling hebben, moeten contact met individuen met waterpokken of herpes zoster vermijden. Als de patiënt is blootgesteld aan VZV, is bijzondere voorzichtigheid geboden om te vermijden dat de patiënten waterpokken of herpes zoster zouden ontwikkelen en kan passieve immunisatie met varicella-zosterimmunoglobuline (VZIG) worden overwogen. Als de patiënt geïnfecteerd is met VZV, moeten geschikte maatregelen worden genomen zoals antivirale behandeling en ondersteunende zorg. Infecties Patiënten die worden behandeld met 6-mercaptopurine alleen of in combinatie met andere immunosuppressiva, inclusief corticosteroïden, hebben een verhoogde gevoeligheid voor virus-, schimmel- en bacteriële infecties vertoond, inclusief ernstige of atypische infectie en virusreactivering.

De infectieziekte en complicaties kunnen bij deze patiënten ernstiger zijn dan bij niet-behandelde patiënten. Met eerdere blootstelling aan of infectie met het varicella zostervirus dient vóór aanvang van de behandeling rekening te worden gehouden. Lokale richtlijnen kunnen overwogen worden, indien nodig inclusief profylactische behandeling. Serologische tests vóór aanvang van de behandeling dienen overwogen te worden met betrekking tot hepatitis B. Lokale richtlijnen kunnen overwogen worden, inclusief profylactische behandeling voor gevallen die positief zijn bevestigd door middel van serologische tests. Er zijn gevallen van neutropene sepsis gemeld bij patiënten die 6-mercaptopurine voor ALL ontvangen. Patiënten met NUDT15-variant Patiënten met het erfelijke gemuteerde NUDT15-gen lopen een verhoogd risico op ernstige toxiciteit door 6-mercaptopurine, zoals vroegtijdige leukopenie en alopecia, door conventionele doses van thiopurinetherapie. Zij hebben doorgaans een dosisvermindering nodig, met name de patiënten die homozygoot zijn voor de NUDT15-variant (zie 4.2). De frequentie van NUDT15 c.415C>T heeft een etnische variabiliteit van ongeveer 10% bij Oost-Aziaten, 4% bij Latino's, 0,2% bij Europeanen en 0% bij Afrikanen. Nauwlettend controleren van het bloedbeeld is in elk geval noodzakelijk. Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) PML, een opportunistische infectie veroorzaakt door het JC-virus, is gerapporteerd bij patiënten die azathioprine kregen samen met andere immunosuppressiva. De immunosuppressieve behandeling moet worden stopgezet zodra er tekenen of symptomen van PML verschijnen en er moet een geschikte evaluatie worden uitgevoerd om een diagnose te stellen (zie rubriek 4.8). Hepatitis B (zie rubriek 4.8) Hepatitis B-dragers (gedefinieerd als patiënten die gedurende meer dan zes maanden positief zijn voor hepatitis B-oppervlakteantigeen [HBsAg]) of patiënten met een aangetoonde eerdere HBV-infectie, die immunosuppressiva krijgen, lopen het risico van reactivering van HBV-replicatie, met asymptomatische toenames in serum-HBV-DNA en ALT-niveaus. Lokale richtlijnen kunnen worden overwogen, waaronder profylactische therapie met orale anti-HBV-middelen. Neuromusculaire "blocking" agentia Speciale zorg is noodzakelijk wanneer azathioprine gelijktijdig wordt gegeven met neuromusculair werkende middelen zoals atracurium, rocuronium, cisatracurium of suxamethonium (ook bekend als succinylcholine) (zie rubriek 4.5). Anesthesiologen dienen voorafgaand aan operaties te controleren of hun patiënten azathioprine gebruiken. Hulpstof(fen) met bekend effect Lactose: Patiënten met zeldzame hereditaire problemen van galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie mogen dit geneesmiddel niet innemen.

Immunosuppressie

  • Adjuvans bij basisimmunosuppressie
  • Profylaxe van afstoting van het transplantaat bij patiënten die een allogeen nier-, lever-, hart-, long- of pancreastransplantaat krijgen
  • Als immunosuppressieve antimetaboliet
  • Bij de volgende ziekten, bij patiënten die steroïden niet verdragen of die afhankelijk zijn van steroïden en bij wie de therapeutische respons onvoldoende is ondanks een behandeling met hoge doseringen van steroïden
    • Ernstige actieve reumatoïde artritis die niet onder controle kan worden gehouden met minder toxische middelen (disease modifying anti-rheumatic drugs, DMARD's)
    • Ernstige of matig ernstige inflammatoire darmaandoening (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa)
    • Systemische lupus erythematosus
    • Dermatomyositis en polymyositis
    • Auto-immune chronische actieve hepatitis
    • Polyarteriitis nodosa
    • Auto-immune hemolytische anemie
    • Chronische refractaire idiopathische trombocytopenische purpura

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stof in dit middel is azathioprine.

Elke filmomhulde tablet bevat 50 mg azathioprine.

  • De andere stoffen in dit middel zijn: lactosemonohydraat, maiszetmeel, povidon K25, colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat, hypromellose, microkristallijne cellulose, macrogolstearaat 400, talk. Kleurstof: titaandioxide (E171).

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Voedsel, melk en zuivelproducten De toediening van azathioprine met voedsel kan de systemische blootstelling enigszins doen afnemen, maar het is onwaarschijnlijk dat dit van klinisch belang is (zie rubriek 4.8). Daarom kan azathioprine met voedsel of op een lege maag worden ingenomen, maar patiënten moeten de wijze van toediening standaardiseren. De dosis mag niet worden ingenomen met melk of zuivelproducten omdat die xanthineoxidase bevatten, een enzym dat 6-mercaptopurine metaboliseert en derhalve kan leiden tot verlaagde plasmaconcentraties van 6-mercaptopurine (zie rubriek 4.2 en 5.2). Vaccins De immunosuppressieve werking van azathioprine zou kunnen resulteren in een atypische of mogelijke schadelijke respons op levende vaccins. Daarom wordt aanbevolen dat patiënten geen levende vaccins krijgen tot minstens 3 maanden na het einde van hun behandeling met azathioprine (zie rubriek 4.4). De respons op gedode vaccins zal waarschijnlijk zwakker zijn. Een zwakkere respons op het hepatitis B-vaccin is waargenomen bij patiënten die werden behandeld met een combinatie van azathioprine en corticosteroïden. Een kleine klinische studie heeft aangetoond dat standaard therapeutische doses van azathioprine geen nadelige invloed hebben op de respons op het polyvalente pneumokokkenvaccin, te oordelen aan de gemiddelde concentratie van specifieke kapselantistoffen. Effect van concomiterende geneesmiddelen op azathioprine Ribavirine Ribavirine remt het enzym inosinemonofosfaatdehydrogenase (IMPDH), wat leidt tot een lagere productie van de actieve 6-thioguaninenucleotiden. Ernstige beenmergdepressie is gerapporteerd na concomiterende toediening van azathioprine en ribavirine; daarom wordt gelijktijdige toediening niet aanbevolen (zie rubriek 4.4 en rubriek 5.2). Cytostatica/geneesmiddelen die het beenmerg onderdrukken (zie rubriek 4.4) Waar mogelijk moet concomiterende toediening van cytostatica of andere geneesmiddelen die het beenmerg onderdrukken, zoals penicillamine worden vermeden. Er zijn tegenstrijdige klinische rapporten van interacties tussen azathioprine en cotrimoxazol die resulteerden in ernstige hematologische afwijkingen. Er zijn gevallen gerapporteerd die erop wijzen dat hematologische afwijkingen zouden kunnen optreden bij concomiterende toediening van azathioprine en ACE-remmers. Er wordt beweerd dat cimetidine en indometacine beenmergonderdrukkende effecten hebben die zouden kunnen toenemen door concomiterende toediening van azathioprine. Allopurinol/oxipurinol/thiopurinol en andere xanthineoxidaseremmers Op basis van niet-klinische gegevens kan het zijn dat andere xanthineoxidaseremmers, zoals febuxostat, de activiteit van azathioprine verlengen, wat mogelijk in verbeterde beenmergsuppressie resulteert. Gelijktijdige toediening wordt niet aanbevolen aangezien de gegevens ontoereikend zijn om een adequate dosisverlaging van azathioprine te bepalen. Aminosalicylaat Er zijn in-vitro- en in-vivoaanwijzingen dat aminosalicylaatderivaten (bijv. olsalazine, mesalazine en sulfasalazine) het enzym TPMT remmen. Daarom moet worden overwogen om een lagere dosering van azathioprine voor te schrijven bij concomiterende toediening met aminosalicylaatderivaten (zie rubriek 4.4 ). Methotrexaat Metotrexaat (20 mg/m² per os) verhoogde de AUC van 6-mercaptopurine met ongeveer 31% en metotrexaat (2 of 5 g/m² intraveneus) verhoogde de AUC van 6-mercaptopurine met respectievelijk 69 en 93%. Bij de gelijktijdige toediening van azathioprine en een sterke dosis methotrexaat moet de dosering dus zodanig worden aangepast dat het leukocytengehalte aanvaardbaar blijft. Infliximab Er is een interactie waargenomen tussen azathioprine en infliximab. Patiënten die doorlopend azathioprine kregen, ondervonden tijdelijke verhogingen van de niveaus van 6-TGN (6- thioguaninenucleotide, een actieve metaboliet van azathioprine) en een daling van het gemiddelde aantal leukocyten in de eerste weken na infliximab-infusie, die na 3 maanden weer terugkeerden naar eerdere niveaus. Neuromusculaire "blocking" agentia Er is klinisch bewijs dat azathioprine het effect van niet-depolariserende spierverslapperstegengaat. Experimentele gegevens bevestigen dat azathioprine de door niet-depolariserende middelen geproduceerde neuromusculaire blokkade omkeert en tonen aan dat azathioprine de neuromusculaire blokkade geproduceerd door depolariserende middelen versterkt (zie rubriek 4.4). Effect van azathioprine op andere geneesmiddelen Anticoagulantia Remming van het antistollingseffect van warfarine en acenocoumarol is gerapporteerd bij gelijktijdige toediening met azathioprine; daarom kunnen hogere doseringen van het anticoagulans vereist zijn. Het wordt aanbevolen de stollingstests nauwgezet te volgen bij gelijktijdige toediening van anticoagulantia en azathioprine.

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. De volgende bijwerkingen kunnen optreden met dit geneesmiddel:

Stop met het innemen van dit geneesmiddel en raadpleeg meteen een arts als u een van de volgende ernstige bijwerkingen opmerkt. U heeft misschien een dringende medische behandeling nodig:

 Allergische reacties, de tekenen kunnen zijn (deze bijwerkingen komen soms voor en kunnen optreden bij tot 1 op de 100 mensen):

o algemene vermoeidheid, duizeligheid, misselijkheid (nausea), braken, diarree of buikpijn

o zwelling van de oogleden, het gezicht of de lippen

o roodheid van de huid, knobbeltjes in de huid of huiduitslag (waaronder blaren, jeuk of schilferende huid)

o pijn in de spieren of de gewrichten

o plotselinge piepende ademhaling, hoesten of moeite met ademhalen

In ernstige gevallen kunnen deze reacties levensbedreigend zijn (deze bijwerkingen komen zelden voor en kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen).

 Huiduitslag of roodheid, die zich kan ontwikkelen tot levensbedreigende huidreacties, waaronder wijdverspreide huiduitslag met blaren en schilferen van de huid, en die vooral ontstaat rond de mond, neus, ogen en geslachtsorganen (Stevens-Johnsonsyndroom), uitgebreide schilfering van de huid (toxische epidermale necrolyse) (deze bijwerkingen kunnen zeer zelden voorkomen en kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen)

 omkeerbare pneumonitis (ontsteking van uw longen, veroorzaakt kortademigheid, hoest en koorts) (deze bijwerkingen kunnen zeer zelden voorkomen en kunnen optreden bij meer dan 1 op de 10.000 mensen)

 problemen met uw bloed en beenmerg, symptomen zijn zwakte, vermoeidheid, bleekheid, gemakkelijk blauwe plekken krijgen, ongewone bloedingen of infecties (deze bijwerkingen kunnen zeer vaak voorkomen en kunnen optreden bij meer dan 1 op de 10 mensen)

 wanneer Azathioprine Sandoz 50 mg filmomhulde tabletten wordt gebruikt in combinatie met andere immunosuppressiva, kunt u een virus krijgen dat schade aan uw hersenen veroorzaakt. Dit kan leiden tot hoofdpijn, gedragsveranderingen, spraakverlies, verslechtering van vaardigheden zoals geheugen, aandacht en besluitvorming (cognitieve achteruitgang) en kan dodelijk zijn (aandoening die bekend staat als met JC-virus-geassocieerde progressieve multifocale leuko-encefalopathie) (deze bijwerkingen kunnen zeer zelden voorkomen en kunnen optreden bij meer dan 1 op de 10.000 mensen)

Als u last krijgt van een van de volgende bijwerkingen, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of specialist omdat u mogelijk dringend medische behandeling nodig heeft:

 u heeft een hoge temperatuur (koorts) of andere symptomen van een infectie zoals keelpijn, pijn in de mond, urinewegaandoeningen of infectie van de borst die kortademigheid en hoest veroorzaakt

(deze bijwerkingen kunnen zeer vaak voorkomen en kunnen optreden bij meer dan 1 op de 10 mensen)

 problemen met uw lever, symptomen zijn onder meer het geel worden van uw huid of van het wit van uw ogen (geelzucht) (deze bijwerkingen kunnen soms voorkomen en kunnen optreden bij tot 1 op de 100 mensen)

 verschillende vormen van kanker, waaronder bloed-, lymfe- en huidkankers (zie rubriek 2 Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit geneesmiddel?) (deze bijwerkingen kunnen zelden voorkomen en kunnen optreden bij tot 1 op de 1.000 mensen)

 u kunt huiduitslag ontwikkelen (rode, roze of paarse knobbeltjes die pijn doen als u ze aanraakt), vooral aan uw armen, handen, vingers, gezicht en nek, die ook samen kunnen gaan met koorts (hoge temperatuur) (Sweet-syndroom, ook bekend als acute febriele neutrofiele dermatose). De frequentie waarmee deze bijwerking voorkomt is niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

 u heeft een bepaald type lymfomen (hepatosplenisch T-cellymfoom). U kunt last krijgen van neusbloedingen, vermoeidheid, veel meer zweten tijdens de slaap, gewichtsverlies en onverklaarbare koorts (hoge temperatuur) (de frequentie waarmee deze bijwerking voorkomt, is onbekend – kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Als u een van de bijwerkingen die hierboven staan, opmerkt, stop dan met het innemen van Azathioprine Sandoz en neem onmiddellijk contact op met uw arts.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek inhoud van de verpakking en overige informatie van deze bijsluiter.
  • U bent allergisch voor mercaptopurine (een geneesmiddel dat vergelijkbaar is met azathioprine, de werkzame stof van Azathioprine Sandoz).

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Er zijn beperkte gegevens over het gebruik van azathioprine door zwangere vrouwen. Azathioprine en zijn metabolieten worden in belangrijke mate van de moeder naar de foetus overgedragen via de placenta en het vruchtwater. Dierstudies hebben reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Azathioprine mag niet worden gegeven aan patiënten die zwanger zijn of waarschijnlijk in de nabije toekomst zwanger zullen worden, zonder zorgvuldige evaluatie van de risico-batenverhouding. Zoals met alle cytotoxische chemotherapie moeten toereikende contraceptieve voorzorgen worden genomen als een van de partners azathioprine krijgt. Cholestase bij zwangerschap is af en toe gemeld in samenhang met behandeling met azathioprine. Vroegtijdige diagnose en stopzetting van de behandeling met azathioprine kunnen de impact op de foetus tot een minimum beperken. Er dient echter een zorgvuldige beoordeling van het voordeel voor de moeder en de impact op de foetus plaats te vinden indien cholestase bij zwangerschap wordt bevestigd (zie rubriek 4.4). Vrouwen in de vruchtbare leeftijd/anticonceptie bij mannen en vrouwen Vanwege het genotoxische potentieel van azathioprine (zie rubriek 5.3) moeten vrouwen die zwanger kunnen worden effectieve contraceptieve maatregelen nemen tijdens de behandeling met azathioprine en gedurende 6 maanden na voltooiing van de behandeling. Mannen worden aanbevolen effectieve contraceptieve maatregelen te gebruiken en geen kind te verwekken tijdens de behandeling met azathioprine en gedurende 3 maanden na voltooiing van de behandeling. Mutageniteit In de lymfocyten van nakomelingen van patiënten die werden behandeld met azathioprine zijn chromosoomafwijkingen gezien, die na verloop van tijd verdwenen. Behalve in zeer zeldzame gevallen, is bij de nakomelingen van patiënten die met azathioprine werden behandeld, geen duidelijke lichamelijke afwijking gebleken. Het is aangetoond dat azathioprine en langgolvig ultraviolet (UV) licht een synergistisch clastogeen effect hebben bij patiënten die voor diverse aandoeningen met azathioprine worden behandeld (zie rubriek 4.4). Er zijn rapporten van vroeggeboorte en laag geboortegewicht na blootstelling van de moeder aan azathioprine, vooral in combinatie met corticosteroïden. Er zijn ook rapporten van spontane miskraam na blootstelling van de moeder of de vader. Leukopenie en/of trombocytopenie zijn gerapporteerd bij een aantal pasgeborenen van wie de moeder azathioprine had ingenomen gedurende de zwangerschap. Zorgvuldige hematologische controle gedurende zwangerschap wordt aanbevolen.

Borstvoeding 6-Mercaptopurine wordt aangetroffen in het colostrum en de moedermelk van vrouwen die met azathioprine worden behandeld. Beschikbare gegevens hebben aangetoond dat de uitgescheiden niveaus in de moedermelk laag zijn. Uit de beperkte beschikbare gegevens blijkt dat het risico voor pasgeborenen/baby's onwaarschijnlijk is, maar niet kan worden uitgesloten. Het wordt aanbevolen dat vrouwen die azathioprine krijgen, geen borstvoeding geven tenzij de voordelen opwegen tegen de mogelijke risico's. Als een beslissing wordt genomen om borstvoeding te geven, dan moet de baby die borstvoeding krijgt, nauwlettend worden gecontroleerd op tekenen van immunosuppressie, leukopenie, trombocytopenie, hepatotoxiciteit, pancreatitis of andere symptomen van blootstelling aan 6- mercaptopurine omdat dit een sterk immunosuppressivum is. Vruchtbaarheid Het specifieke effect van behandeling met azathioprine op de menselijke vruchtbaarheid is onbekend.

Transplantatie

  • Startdosis: max. 5 mg/kg/dag
  • Onderhoudsdosis: 1 - 4 mg/kg/dag

Andere aandoeningen

  • 1 - 3 mg/kg/dag

Toedieningswijze

  • De tablet innemen met ten minste 1 glas vloeistof
  • Innemen tijdens de maaltijd om het risico op nausea te verlagen
CNK 2057222
Organisaties Sandoz
Merken Sandoz
Breedte 58 mm
Lengte 109 mm
Diepte 60 mm
Hoeveelheid verpakking 100
Actieve ingrediënten azathioprine
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)